• ‘Discretionaire ruimte’: “Wat is dat?”

‘Discretionaire ruimte’: “Wat is dat?”

Regelmatig stellen hbo-sociaal werkers in trainingen of bijeenkomsten de vraag: "Discretionaire ruimte; wat is dat eigenlijk?" Nu kun je er over twisten hoe belangrijk het is dat je moet weten waar dat begrip voor staat. Van fundamenteler belang is dat veel professionals het aanverwante begrip ‘professionele autonomie’ niet in eigen woorden kunnen omschrijven. Een voor het beroep toch echt essentieel begrip!

Op de vraag wat professionele ruimte betekent, hoor je antwoorden als “Dat heeft denk ik te maken met de ruimte die mijn werkgever mij biedt”. Of: “Dat betekent dat ik zelf mag bepalen welke beslissingen ik neem”. Er lijkt dus bij een aantal sociaal werkers onvoldoende besef dat het gaat om de handelingsruimte die nodig is om zelfstandig en professioneel verantwoord te handelen. Dat wil zeggen dat de professional de verantwoordelijkheid heeft om zijn functie en taken te toetsen aan de voorwaarden voor een goede en verantwoorde beroepsuitoefening, zoals geformuleerd in beroepsstandaarden als beroepscode en beroeps- of competentieprofiel.

Hoe kan het toch dat sommige opleiders (niet generaliseren) toch nog te kort schieten in het aandacht geven aan een dergelijk voor het beroep fundamenteel begrip? Want professionals die onvoldoende weten waar hun verantwoordelijkheden en grenzen liggen in hun professioneel handelen, zullen ook onvoldoende weten waar die grenzen in gevaar komen als er druk op hen wordt uitgeoefend om meer te luisteren naar werkgever of overheid dan op te komen voor het belang van de client. Professionals daarentegen die weten waar ze voor staan als het op hun professionele autonomie aankomt en weten in welke mate ze beslissingen over hun handelen kunnen nemen en hoe ze die beslissingen moeten verantwoorden, zullen (samen) beter bestand zijn tegen de druk die ze in de praktijk van bijvoorbeeld werkgevers of overheden voelen om meer naar hen te luisteren in plaats van het belang van cliënten te laten prefaleren.

‘Opleidingen, werkgevers en professionals zullen meer moeten investeren in beroepsbewustzijn en (een verantwoord gebruik van) professionele autonomie. Daarbij kunnen alle partijen voor ogen houden dat er een grote overeenkomst bestaat tussen het streven naar (behoud van) professionele autonomie van de sociaal werker en het zoeken naar autonomie in het leven van cliënten (Van Nijnatten, 2007).
Laat die overeenkomst nieuwe inspiratie opleveren om inderdaad in professionele autonomie te gaan investeren. Deze investering levert meer efficiency en kwaliteit op, maar vooral mondige professionals met beroepstrots. De cliënt en de samenleving winnen hierbij.’ (citaat uit ‘Moresprudentie’ - Buitink, Ebskamp, Groothoff, 2019).

Een klassiek voorbeeld van professionele autonomie is nog altijd die van Fred Spijkers: klik hier.

Tip: hoofdstuk 8 van het boek Moresprudentie (2e druk 2019) geeft veel aandacht aan professionele autonomie.

Blader hier door het begin van het boek.

© Buitink Beleidsadvies 2019 (Mailto)