• Gemeenten kopen hulp in op basis van resultaten. Welke resultaten?

Gemeenten kopen hulp in op basis van resultaten. Welke resultaten?

‘Steeds meer gemeenten kopen jeugdzorg in op basis van de te behalen resultaten. In plaats van per gewerkt uur krijgt de hulpverlening geld voor een hulpplan met een meetbaar resultaat: dat de jongere weer naar school gaat bijvoorbeeld, of zijn gedrag verbetert. De jeugdhulp moet zo efficiënter en goedkoper worden’, aldus de Volkskrant (8 december 2018).
Resultaten aan de hand van bijvoorbeeld outcome-metingen gaan beloond worden in de jeugdzorg, maar ook in andere vormen van sociaal werk. Maar hebben we het dan over resultaten die gemeenten graag willen of die cliënten willen? In de bij de Volkskrant gepubliceerde casus ter illustratie van het artikel, liggen de morele vragen voor het oprapen. Welke rol speelt beroepsethiek bij het realiseren van (welke?) resultaten?

De Volkskrant illustreerde het artikel over resultaten in de jeugdzorg met een duidelijke casus. ‘Een bezorgde moeder bezoekt het gemeentelijke jeugdwijkteam in Delft. Haar zoon (14) ligt dagenlang depressief in bed en gaat al maanden niet meer naar school. Gamen is het enige dat hij doet’ (weblink naar casus; zie onder artikel).
Hulpverlening en gemeente stellen samen doelen vast: dat de jongen weer naar school gaat, een normaal vriendennetwerk heeft en wordt behandeld, zodat hij niet langer depressief en angstig is. Niks mis mee, maar betrokken jeugdhulpverlener Joosen schetst wel een op de loer liggend moreel dilemma: “De gemeente en de hulpverleners kunnen wel allerlei doelen stellen, de jongere moet het ook willen”.
In de casus – zoals in de gehele praktijk van het sociaal werk - liggen de morele vragen en dilemma’s voor het oprapen. Daar oog voor hebben is essentieel om in het dagelijks werk en zeker ook in relatie tot de opdrachtgever verantwoord te kunnen blijven werken.
Hoe verhoudt zich bijvoorbeeld het zelfbeschikkingsrecht van de jongen – hij kiest er voor in bed te blijven - tot het beroepsethisch streven van de hulpverlener er naar toe te werken dat de client sociaal zo veel als mogelijk tot zijn recht komt? Het antwoord lijkt gemakkelijk, maar zal toch beroepsethisch onderbouwd moeten kunnen worden. Ook om in nieuwe vergelijkbare gevallen op terug te kunnen vallen.
En stel dat de jongen niet zelf zijn oom wil vragen om als vertrouwenspersoon op te treden: mag de hulpverlener dat desnoods buiten de wil van de jongen om doen? Ook die vraag is met een beroepsethische onderbouwing – dat wil zeggen mede op basis van de beroepscode – positief te beantwoorden. Maar doen we dat als professionals wel voldoende in de praktijk?

Beroepsethisch kan er best veel
Professionals hebben voldoende ruimte om creatief te werken en daarbij resultaten te behalen die beroepsethisch en professioneel verantwoord zijn, maar ook voor gemeenten acceptabel zullen zijn. In de casus dus om de jongen positief te prikkelen om tot een meer activerende houding te komen.  
Maar die resultaten moeten wel mede zijn gebaseerd op morele oordeelsvorming, mede aan de hand van vergelijkbare casussen. Dat is nog te weinig het geval. Gemeenten en organisaties zullen professionals de ruimte en tijd moeten geven om aan moreel beraad te doen. Om te kunnen leren van vergelijkbare gevallen en daarmee ook (beroeps-)ethisch verantwoorde resultaten te behalen.

Beroepsethiek betrekken bij realiseren van resultaten
Elke sociaal werker / jeugdhulpverlener moet morele vragen kunnen herkennen, erover kunnen oordelen en – met behulp van de beroepscode – afgewogen keuzes kunnen maken. Want aan elke methodische stap gaat meestal een ethische keuze vooraf. Des te meer professionals daar aandacht aan geven, des te meer zullen methodische keuzes – en resultaten van de hulpverlening – gefundeerder en met meer kwaliteit tot stand komen.
Professionals en leidinggevenden erkennen dat beroepsethiek vaak te weinig prioriteit krijgt. De vaak beheersmatige aanpak in de sector – ontstaan door bezuinigingen en schaalvergroting – verergert dit nog. Maar het werk van sociaal werkers is sterk normatief geladen en beladen met waardenconflicten. Je leest dat ook terug in de casus. Terwijl professionals niet of nauwelijks het maatschappelijk mandaat, de normatieve kaders en het vertrouwen krijgen om daar aan te werken. En op die manier verantwoorde resultaten te behalen.
Door morele oordeelsvorming en het vastleggen van de uitkomsten van moreel beraad ontstaat moresprudentie en krijgen sociaal werkers zicht op hoe beroepsethiek in hun praktijk toe te passen.

Prima als gemeenten resultaatgericht werken gaan belonen. En prima als hulpverleners samen met gemeenten doelen vaststellen. Maar zodra je dat doet moet je je al bewust zijn van de ethische dimensie daarvan: in hoeverre mag je die resultaten zonder de persoon en/of zonder diens instemming vaststellen? Geen misverstand: daar is de ruimte voor, maar alleen als het totale proces voldoende professioneel verantwoord tot stand komt.
Kortom: belonen van resultaten die zijn gebaseerd op beroepsethisch verantwoorde keuzes draagt pas echt bij aan efficiënt en kwalitatief resultaat gericht werken in het belang van jeugdige cliënten.

Zie artikel in Volkskrant; klik hier.     
Zie casus bij artikel: klik hier.
Z
ie info over 'Moresprudentie'; klik hier.
Zie ook: 'Beroepscode: ethische leidraad of concreet houvast?': klik hier

Trainingen beroepsethiek bij de BPSW: lees hier

Reacties op dit artikel (mail) zijn van harte welkom.

© Jaap Buitink  2018
www.buitinkbeleidsadvies.nl