• Verantwoord werken in de jeugdhulp

Verantwoord werken in de jeugdhulp

In de jeugdhulp bestaat vaak misverstand over hoe ver de professionele autonomie en het kunnen werken volgens de eigen beroepsethiek strekt. Vanuit gemeenten en soms ook vanuit eigen instellingsmanagement krijgen jeughulpverleners wel eens het signaal meer privacygegevens te moeten vrijgeven over gezinnen dan nodig is voor de samenwerking en nodig is voor het belang van (kinderen in) een gezin. Dit is een hot-item voor veel hulpverleners, omdat ze daarmee een ongezonde druk voelen. Een druk ook die de kwaliteit van hun werk beinvloedt.

De ‘norm van de verantwoorde werktoedeling’ die volgt uit het Besluit Jeugdwet is er duidelijk over:  die norm regelt dat professionals die worden ingezet over de juiste expertise beschikken en vakbekwaam zijn. Een belangrijk aspect daarvan is dat geregistreerde professionals moeten kunnen werken volgens de voor hen geldende professionele standaarden. Daarmee worden bedoeld de beroepseisen op het gebied van competenties en de gezamenlijk afgesproken beroepsethische richtlijnen, zoals vastgelegd in de beroepscode. 
Daarmee is duidelijk dat de wet de beroepscode en daarmee de professionele autonomie van de jeugdprofessional erkent. Het je houden aan de beroepscode is een wettelijke vereiste. 
Die beroepscode geeft duidelijke richtlijnen als het gaat om privacy: artikel J van de beroepscode voor de jeugdzorgwerker zegt bijvoorbeeld dat informatie over de jeugdige cliënt vertrouwelijk wordt behandeld. In het geval van vermoeden van fysieke, seksuele en/of psychische kindermishandeling zal de professional de vertrouwelijkheid uiteraard wel doorbreken (bijv. via de geldende meldcode). Ook als er andere zwaarwegende factoren meespelen die de opvoeding of ontwikkeling van de jeugdige cliënt(en) verstoren (artikel A) of als er levensbedreigingen voor derden in het geding zijn, zal de professional vanuit zijn professionele autonomie afwegen: wel of niet doorbreken van de privacy. Hij/zij zal de afweging zoveel mogelijk toetsen bij collega's en de keuze achteraf moeten kunnen verantwoorden, bijvoorbeeld op basis van het hanteren van een Stappenplan bij ethische dilemma's. 
In geval van samenwerking met andere hulp- of dienstverleners in bijvoorbeeld wijkteams gelden speciale voorwaarden. Daarbij is het wel van belang dat informatie slechts wordt gedeeld voor zover dit noodzakelijk is en als de cliënt hiervan op de hoogte is.

© Buitink Beleidsadvies 2017

Reageren? Mail naar Buitink Beleidsadvies