Buitink Beleidsadvies
Beatrixplantsoen 30
2104 ST Heemstede
Tel: 023 5472955 of
06 2252 9630
E-mail:
jbuitink@xs4all.nl 

Informatie- en visiepagina
met artikelen, informatie, verslagen en opinies

Bijvoorbeeld over professionalisering, kwaliteitszorg, beroepsethiek, profilering, met het accent op maatschappelijk werk.
Ook u kunt uw relevante informatie of reacties inzenden!

 

     "Daar moeten wij werkgevers en ambtenaren bij helpen!"
In de vorige NVMW-nieuwsbrief eindigde ik met de aanbeveling uw kennis niet onder stoelen of banken te steken. Wat voor u vanzelfsprekend is, kan voor anderen waardevolle informatie bevatten. Ambtenaren of leidinggevenden die ver van de werkvloer afstaan kunnen uw kennis goed gebruiken. Afgelopen week werd ik op mijn wenken bediend. Een maatschappelijk werker verwoordde helder het belang van het doorgeven van praktijkkennis en presenteerde ook hoe hij dat vorm gaf. Dit deed hij in de workshop ‘Weten wat werkt’ van Jaap Buitink, op het jaarsymposium van het regionetwerk Rotterdam e.o.. Dit goede voorbeeld – waarvan ik denk dat het werkt – vertel ik hierbij graag aan u door. Ik geef het weer zoals het mij is bijgebleven.
We waren ideeën aan het uitwisselen over hoe je als maatschappelijk werker adequaat kunt reageren op functie-eisen die haaks staan op de beroepscode. Een deelnemer verzuchtte dat werkgevers niet zoveel boodschap hebben aan die beroepscode. Anderen zuchtten een beetje met haar mee. De maatschappelijk werker over wie ik het heb, deed dat niet. Hij veronderstelde dat werkgevers en ambtenaren vaak te ver van de praktijk afstaan om maatschappelijk werk op juiste waarde te schatten.
Daar moeten wij hen bij helpen. In zijn wijk heeft hij met collega’s een comité opgericht dat voorlichting geeft over wat er in de wijk leeft en wat er nodig is. Ambtenaren van de Wmo snappen daardoor beter waarom hun plan om een centraal loket op te richten, een onzalig plan is dat haaks staat op de behoefte van mensen aan direct toegankelijke hulp in de wijk.
Het uitwisselen en navolgen van dergelijke initiatieven stimuleert maatschappelijk werkers om hun ‘stille praktijken’ stem te geven. En om daarvoor gehoor te krijgen. In de vorige nieuwsbrief schreef ik dat dit ook goed is voor de samenleving. Deze heeft belang bij deze kennis. Op een ander recent symposium ter ere van de verschijning van het boek Moresprudentie (zie verderop in deze nieuwsbrief) werd ik ook in deze opvatting gesteund. Lector Lia van Doorn gaf hier een aansprekende presentatie, waarin ze maatschappelijk werkers en andere social professionals aansprak als dragers van de publieke moraal. Aan dergelijke dragers is een grote behoefte sinds instituties als kerk en staat aan betekenis hebben ingeboet. Het lijken misschien grote woorden, maar wat mij betreft dekken ze goed de lading van de vele ‘kleine’ verhalen van het sociaal werk. Vertel ze door, zou ik zeggen.
Lies Schilder
Directeur NVMW

Uit: Nieuwsbrief NVMW 26 maart 2012.


‘We hebben mondigere professionals nodig’
‘We hebben mondigere professionals nodig die het als een plicht voelen zich uit te spreken over zaken die hun beroep en beroepswaarden raken’, aldus een hartenkreet tijdens de inspraakronde over de herziening van de Beroepscode voor de maatschappelijk werker (kortweg Beroepscode) van de NVMW. De herziene Beroepscode (NVMW 2010) komt tegemoet aan die hartenkreet. Maatschappelijk werkers zullen zich in hun relaties tot cliënten, collega’s, organisaties en de samenleving heel bewust moeten zijn van hun beroepswaarden. Dat is een belangrijke conclusie over de nieuwe versie van de Beroepscode.
Het thema ‘professionele autonomie’ kwam tijdens de inspraakronde ter sprake met het voorbeeld van een werkgever die stelt dat de hulpverlening moet worden afgesloten wanneer een cliënt een afspraak afzegt. Een mondige maatschappelijk werker zal vanuit zijn of haar professionele autonomie zorgvuldig handelen: dus professionele ruimte claimen om bij de cliënt na te gaan waar die afzegging werkelijk voor staat. Was het bijvoorbeeld onder druk van een echtgenoot? Het is, zo meent men, een teken van kwaliteit wanneer professionals hun professionele waarden en normen bewaken en ruimte creëren om ermee te kunnen werken.
De Beroepscode vraagt de maatschappelijk werker zorgvuldig te blijven handelen.  Juist nu ‘achter de voordeur’ omarmd wordt, moeten mondige maatschappelijk werkers hun beroepswaarden hoog houden. Zo kan de code functioneren als een ‘buffer tegen de perverse effecten van de marktwerking en disfunctionele bureaucratie’, aldus een deskundige tijdens de inspraakronde.

Boodschap van maatschappelijk werkers aan collega’s:
*  De Beroepscode is meer dan het beroepsgeheim alleen en geeft duidelijkheid en houvast
    in het dagelijks werk.
*  Alleen aandacht voor de vakmatige, methodische kant van het werk reduceert de
    professionaliteit.
*  De ethische dimensie van je beroepspraktijk bestaat uit meer dan de Beroepscode; je
    kunt nog zo’n mooie code hebben, als maatschappelijk werkers onzorgvuldig ethisch
    redeneren is er nog een slag te winnen. Met andere woorden: we moeten meer aan
    morele oordeelsvorming doen.
*  Ook maatschappelijk werkers die geen lid zijn van de beroepsvereniging zullen zich voor
    de rechter moeten verantwoorden aan de hand van de Beroepscode.


Bovenstaande tekst staat in het artikel Mondige professionals; in Maatwerk augustus 2010. Lees hier het hele artikel.


Houvast of hindernis?
Werken met de nieuwe Beroepscode voor de maatschappelijk werker

Op het jaarcongres van de NVMW op 14 oktober 2010, waar de nieuwe Beroepscode voor de maatschappelijk werker werd gepresenteerd, leidde Jaap  Buitink een workshop over deze nieuwe beroepscode. Met de ervaring als (ex-)projectleider bij de herziening van de beroepscode nog vers in het geheugen ging daarbij onder meer in op vragen als: 
Ø 
‘Wat is 'moreel beraad’, zoals dat in de nieuwe beroepscode wordt gepropageerd?
Ø 
‘Waarom een beroepscode?’; wat is de essentie en het doel en wat is er veranderd in de nieuwe beroepscode?
Ø 
Gebruiken we de beroepscode; zo ja:  hoe gebruiken we hem? Hoe kunnen we een ethisch dilemma analyseren?
Ø 
Hoe verder aan de slag met de beroepscode?

De Nederlandse Vereniging van Maatschappelijk Werkers (NVMW) organiseert i.s.m. Buitink Beleidsadvies nu ook een training: ‘Hulpmiddel of hindernis? Werken met de nieuwe beroepscode’.
In de training word je o.a. getraind in het hanteren van een stappenplan en het gebruiken van de Beroepscode om een ethisch dilemma te ‘ontleden’. Onbewust maken hulpverleners bij het maken van methodische keuzes ook morele keuzes. Het is voor een goede kwaliteit van het werk belangrijk om je daarvan bewust e zijn.
De training zal worden aangeboden op verschillende plaatsen en data in het land. (Kijk voor meer informatie in de NVMW-agenda op
www.nvmw.nl), maar kan ook binnen organisaties (in company) worden gevolgd.
Heeft u vragen over deze training? Neem dan contact op met Magteld Beun, stafmedewerker NVMW 030-
294 86 03 of mail met maatswk@nvmw.nl.


Managementcultuur maakt eenheidsworst van cliënten en hulpverlening
06-09-2010: 'In de afgelopen tien, vijftien jaar is in het AMW een andere cultuur binnengedrongen, een managementcultuur. Die staat op gespannen voet met de cultuur, dynamiek en eigenheid van het zorgen en helpen van mensen in hun directe levenssfeer'. aldus Zeno Roos. Zeno Roos is een maatschappelijk werker uit Drenthe die op vele manieren het AMW uitstekend heeft weten te profileren.
In een speciaal Memorandum schrijft hij verder dat de managementcultuur ertoe neigt eenheidsworst te maken van cliënten en hulpverlening, terwijl de ene cliënt of situatie nu eenmaal de andere niet is. De hulp wordt ingeblikt in regels over maximaal vijf contacten en in abstracte productbeschrijvingen met als motivatie 'zo kunnen we ons verkopen aan de gemeente en verantwoorden wat we doen'.
Ofschoon veel werkers geleerd hebben deze nieuwe cultuur te accepteren, bestaat er een zekere kloof tussen de praktijk van de hulprelaties van werkers en de dominante managementpraktijk.
Lees hier meer


'Marktisme: dom!'
05-10-2009: 'Omdat ook ik de vermarkting met bijbehorende managementpraat van publieke zaken heel erg vind, geef ik nog een concreet voorbeeld. Niet over gezondheidszorg, maar over een nóg fundamentelere dienst, het algemeen maatschappelijk werk (AMW), tegenwoordig gefinancierd door gemeenten die uiteraard jaarlijks (elders) kunnen aanbesteden (dus angstcultuur). Om te beginnen doet een goede AMW-er er jaren over om een netwerk op te bouwen, dus hoezo ‘jaarlijks aanbesteden’?
Daarbij is het AMW echt het afvoerputje van onze maatschappij. Daar kom je terecht als echt niemand je meer kan en wil behandelen/begeleiden. Alle goede AMW-ers in ons land zorgen er voor dat ‘wij’ geen last hebben van pakweg zwervers, daklozen, uitbehandelde (?) psychiatrische patiënten, vervuilde huizen van ‘zorgmijders’, enz.
Om dat te bereiken moet je in iedere bijzondere situatie inventief zijn en er vaak jaren over doen om contact te leggen met deze zorgmijders. Met veel tact en vaak via een andere ingang, bijvoorbeeld via het invullen van een formuliertje. Die zijn overigens tegenwoordig vaak zo ingewikkeld dat daar veel vraag naar is.
Maar helaas, een werkwijze welke bij uitstek humaniteit vergt, moet ook worden versneden tot ‘producten’. Daar is die manager toch speciaal voor aangenomen!
En tsja, daaronder valt dus geen maandelijks bezoekje aan zo’n zorgmijder die jou inmiddels (als enige) vertrouwt en die daarmee geen overlast bezorgt.
En daar past ook geen beroepstrots bij, dat is maar onhandig voor de aansturende manager die inhoudelijk kennis noch ervaring heeft!'

Piet van Dongen, 5 oktober 2009.
Uit: http://weblogs.nrc.nl/


‘Instellingen laten hun professionals in de kou staan’
13-11-2008: Tijdens het Welzijnsdebat ‘Moraliseren moet’ stond de vraag centraal: ‘Mogen of moeten hulpverleners moraliseren?’ In dit door het blad ‘Zorg+Welzijn’ en ‘Verdiwel’ georganiseerd debat werden prikkelende uitspraken gedaan. Een aantal daarvan op rij:

Lia van Doorn, lector Innovatieve dienstverlening aan de Hogeschool van Utrecht:
·        
Instellingen in zorg en welzijn laten hun professionals moreel in de kou staan als het gaat om morele oordeelsvorming
·         We verwachten van professionals dat die ingrijpen als het mis gaat, maar wat is ‘mis’?
·        
Professionals hebben te maken met impliciete normering, zonder dat de samenleving het mandaat bepaalt.
·        Bij excessen gaat de samenleving wel morren.
·      
Moraliseren moet, maar wel zorgvuldig.
·      
Professionals kunnen grotere rol spelen bij morele vraagstukken. Zij zijn de voorlopers in ethische discussies; zij moeten heikele punten inventariseren.
·      
De noodzaak om professionals te ondersteunen bij morele oordeelsvorming zal alleen maar toenemen.

Hans Boutellier, directeur Verwey-Jonker Instituut en hoogleraard Veiligheid en burgerschap aan de Vrije Universiteit:
·        
De publieke moraal heeft zich georganiseerd op wat we afwijzen; terwijl we niet meer weten wat we wel willen.
·        
We verwachten te veel van professionals.
·        
De samenleving, i.c. de manager en de wethouder moet de professionaliteit richting geven: de normatieve en ethische grenzen aangeven.
·        
Maar dit is geen thema in organisaties.
·        
Als het werk zelf geen normatieve richting aangeeft, laten wet het over aan de politie op het moment dat er gecorrigeerd wordt.
·        
Organiseer vanuit professionele normen tegenkracht ten opzichte van de door de overheid aangegeven (disciplinerende) richting. 

Ben Ottens, directeur van een instelling voor maatschappelijke dienstverlening en welzijn:
·        
Ja, we moeten meer gaan reflecteren aan de hand van casussen!
·         We moeten op instellingsniveau daar mee beginnen. 

Tineke van Uden, voorheen Maatschappelijk Werk DommelRegio:
·        
Outreachende hulpverlening wordt steeds meer ingezet om mensen in het gareel te krijgen, om te disciplineren.
·        
Hulpverleners moeten vaker moreel stelling nemen tegen beleidsmakers en opdrachtgevers: in het belang van de cliënt en het vak. 

Christa Vonkeman, voorzitter Verdiwel (vereniging directeuren welzijnsinstellingen):
·        
Als je een wens hebt voor een keukeninrichting zegt de keukenboer ook duidelijk of die wens gerealiseerd kan worden. Zo moet het ook met het welzijnswerk: professionals moeten de grenzen aangeven.  

Een zeer interessante en levendig Welzijnsdebat was het. Voer voor meer discussie. Discussie die Lia van Doorn eerder al was gestart, toen zij in Zorg+Welzijn pleitte voor ‘Moresprudentie’.

Moresprudentie
Professionals staan er vaak alleen voor wanneer zij hulp verlenen ‘achter de voordeur’. Zij worden steeds vaker op pad gestuurd om zich te bemoeien met mensen in de privésfeer. Maar wie bepaalt wat goed is? Wanneer de organisatie globale richtlijnen geeft en ergens voor staat, geeft dat houvast aan de professional, stelt de lector. Die ijkpunten krijgen vorm door bijvoorbeeld met collega’s verschillende cases te bespreken.
Van Doorn: ‘Professionals kunnen hun morele oordeelsvorming met elkaar scherper krijgen, door ethische kwesties te bespreken en samen vanuit verschillende perspectieven naar dilemma’s te kijken. Zo vormen ze met elkaar ijkpunten, dat biedt hun houvast bij hun werk.’ Vergelijkbaar met juristen die jurisprudentie bespreken, zou er ook een
moresprudentie moeten komen. Hierbij slaat mores op moraal, aldus Van Doorn. 
Het probleem is echter dat er weinig tijd is voor reflectie. ‘De volle caseload en het feit dat veel hulpverleners ‘doeners’ zijn en meteen aan de slag willen, maakt het soms lastig om tijd te maken voor reflectie en overleg met collega’s. Tegelijkertijd halen professionals juist hun voldoening uit ingewikkelde situaties met cliënten, waarbij er zich dilemma’s voordoen, stelt Van Doorn.
‘Hier kunnen ze hun tanden inzetten. Het is juist hun drijfveer om mensen te helpen als het erop aankomt, op het scherpst van de snede. Dat is precair werk, daarbij hebben ze ondersteuning nodig.’ 
Bron: Zorg+Welzijn. In dit blad meer ook over het Welzijnsdebat over moraliseren: lees meer

Tip:  Kenniscentrum Sociale Innovatie: Openbare les ‘Sociale professionals en morele oordeelsvorming’ door lector Dr. Lia van Doorn

Opmerking: CasusConsult biedt hulpverleners de mogelijkheid om in kennisgroepen casussen te bespreken. En op een verantwoorde manier ijkpunten te vormen voor het werk. Als hulpverleners, aanvullend op de verbale mogelijkheden in eigen organisatie, met collega's in het land dergelijke kennisgroepen zouden vullen, dan zou dat helpen bij de morele oordeelsvorming in bijzondere situaties: dat leidt inderdaad tot 'moresprudentie' (middels o.a. de automatische archivering van CasusConsult).
Zie voor meer info over CasusConsult: www.casusconsult.nl   


Taakgerichte hulpverlening: ‘Van Richmond naar Reid’
17-05-08: ‘Wat doen maatschappelijk werkers nu precies?’ is de vraag die in het boek Van Richmond naar Reid van Lou Jagt centraal staat. Met welke interventies proberen zij hun cliënten te helpen weer wat greep te krijgen op datgene wat mis ging, een antwoord te vinden op dreigend verlies of onheil dat hen overkomt.
Het model taakgerichte hulpverlening (TGH) geeft op deze vragen voor cliënten en werkers begrijpelijke antwoorden. Het gaat uit van de vragen waarmee cliënten naar het maatschappelijk werk komen en bouwt voort op datgene wat cliënten zelf al hebben geprobeerd maar niet tot de gewenste resultaten heeft geleid. Kernbegrippen van het model zijn: activeren van cliënten op basis van partnerschap, structureren van het hulpverleningsproces en het motiveren van cliënten door het werken met haalbare taken in een te over ziene begrensde tijdsperiode.
Informatie over taakgerichte hulpverlening en het boek Van Richmond naar Reid van Lou Jagt op www.casusconsult.nl.
Tip: tik op CasusConsult in zoekregel 'taakgerichte hulpverlening in'!


Commentaar
Uitvoerenden moeten weer professionals worden!
07-03-08: De Landelijke Vereniging Georganiseerde eerste lijn stelt dat de eerste lijn in beweging moet komen en de gemeente moet ondersteunen bij het analyseren van de fysieke en sociale omgeving van burgers: ‘Een groot deel van de eerste lijn bevindt zich immers in de wijk dichtbij de burgers en weet bij uitstek welke gezondheidsproblemen er spelen’ (zie ook ‘Patstelling: gemeente en eerste lijn wachten op elkaar’ op Homepage).
Als gevolg van ontwikkelingen als schaalvergroting en productiedenken (o.a. voortkomend uit eisen van de financier) is de individuele professionele ruimte de laatste decennia steeds meer ingeperkt ten gunste van allerlei regels voor afstemming en verantwoording. De wijze van werken werd steeds meer gereguleerd, terwijl de eigen professionele en creatieve bewegingsruimte minder werd. De uitvoerende (verpleegkundige, maatschappelijk werker, etc.) werd letterlijk ‘uitvoerder’ van algemene afspraken en voorschriften.
Daar komt bij dat managers de organisatie van uitvoerenden overnamen. Managers streven ernaar organisatorische processen te harmoniseren. Dat leidt ertoe dat veel en veel meer centraal wordt geregeld en afgesproken en afgestemd dan nodig is.
Logisch dat veel professionals zich niet of nauwelijks betrokken en verantwoordelijk voelen bij de organisatie en het beleid, want daarin is de uitvoerende als deskundige in zijn vak steeds minder belangrijk geworden. Laat staan dat zij zich geroepen voelen om vanuit hun vakkennis een bijdrage te leveren aan een analyse van de psychische, sociale en fysieke risicofactoren in de wijk. Managers doen er goed aan om uitvoerenden weer als professionals – als vakmensen - te benaderen. Een belangrijke manier om dat te doen is om kennismanagement in te voeren. Dan worden professionals vanzelf weer betrokken.
Opmerking: voor het maatschappelijk werk is bovenstaande uitgewerkt in het
artikel: Effectiviteit en kwaliteit in professioneel perspectief:download


Maatschappelijk Werk op de Antillen?
Sociale infrastructuur op Antillen minstens zo belangrijk als sanering economie
14-01-2008 - In juli 2000 bezocht Jaap Buitink, beleidsadviseur, het Antilliaanse eiland Curaçao. Hij was daar voor een door de MOgroep (= Maatschappelijk Ondernemersgroep, voorheen VOG) gefinancierd onderzoek naar de noodzaak van - en het draagvlak voor - Algemeen Maatschappelijk Werk (AMW). Het werkbezoek vond plaats op verzoek van een initiatiefgroep op Curaçao. Deze groep pleit voor Nederlandse steun bij het realiseren en (mee)financieren van Algemeen Maatschappelijk Werk (AMW) op de Nederlandse Antillen. De noodzaak voor het realiseren van een goede basisvoorziening op de Antillen is in de afgelopen jaren alleen maar toegenomen. En ook nu lees je in de discussies over de Antillen vooral over 'economische hulpverlening'. Hoe belangrijk is een investering in de sociale infrastructuur? Anno 2008 is de actualiteit van die vraag slechts toegenomen!
In bijgaand artikel een overzicht van alle bevindingen uit 2000. Hier alvast de conclusies:

'
Huidige sociale ramp op Antillen wordt tragedie!'
Een belangrijke conclusie is dat de representanten van organisaties op Curaçao eensluidend waren in hun mening dat AMW noodzakelijk is om:

1.
    zonodig maatwerk te bieden in het geven van structuur (in de communicatie) en vorming binnen gezinnen;
2.
    met AMW letterlijk ‘basis’ te geven aan de investering in de sociale infrastructuur;
3.
    categorale en beleidsorganisaties (weer) aan hun eigenlijke doelstelling toe te laten komen (waar ze nu teveel gaten moeten vullen wegens het ontbreken van AMW);
4.
    te voorkomen dat personen hun psychosociale problemen onnodig ontvluchten (d.m.v. bijvoorbeeld vertrek naar Nederland of criminaliteit).
Eerder concludeerden we al dat een fundamentele ommezwaai en een fundamentele investering in de sociale infrastructuur dringend nodig is. Een vertegenwoordigster van het Centrum Voorlichting Antillianen vat een en ander kernachtig samen: “Als mensen hier komen voor vertrek naar Nederland, vragen ze eigenlijk persoonlijke hulp, maar we hebben ze niets te bieden, daarom vluchten ze naar Nederland of in drugs en criminaliteit; eerder persoonlijke aandacht en hulp zou in veel situaties helpen”.

Een gezonde economie op de Nederlandse Antillen is noodzakelijk, maar een investering in de mens - of de sociale infrastructuur – is minstens zo belangrijk.  Anders wordt de huidige sociale ramp een grote tragedie. En dat binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Daarom AMW op Curaçao! Met hulp van de Nederlandse regering.' (Conclusies uit 2000)
Opmerking: anno 2008 kan worden opgemerkt dat de in 2000 geconstateerde noodzaak voor een basisvoorziening als het AMW op de Antillen alleen maar is toegenomen. En dat de tragedie zich al voordoet.

downloadLees hier het gehele artikel  


“Waarom gaat het altijd over de vorm en niet over de inhoud?”
08-11-07: Bert Middel, Burgemeester van Smallingerland en o.a. ex-Eerste- en Tweede Kamerlid schrijft in zijn column in Zorg en Welzijn (nr. 11-2007):
Wat me nu al dertig jaar dwarszit, is dat de sector het zichzelf vaak zo moeilijk maakt door de vorm boven de inhoud te plaatsen. Al die overlegverbanden, ketens, sociale teams, protocollen en wat er nog meer aan bureaucratische rimram bedacht kan worden. En vaak nog omhuld met een onbegrijpelijk jargon. Het verzwakt alleen maar de politieke legitimatie en maatschappelijke acceptatie voor een onmisbare sector, die ten onrechte als ‘zacht’ wordt genoemd. Zorg en welzijn behelzen de essentie van het leven en zijn daarmee dus keihard. Maar waarom wordt er dan nog steeds zo weinig over de inhoud van het werk gesproken en nog altijd zoveel over de vorm?’
En zo is het!
Info: www.zorgwelzijn.nl  


Maatschappelijk werker moet niet perfect willen zijn
“Een professie die zich zelf serieus neemt visiteert zich zelf”.
02-04-07:  “Het is te gek dat hulpverleners en niet de ouders er op worden aangekeken als er een kind wordt vermoord”. Verwijzend naar de zaak Savanna merkt bijzonder hoogleraar maatschappelijk werk Carol van Nijnatten op dat in onze samenleving vrijheid van opvoeding hoog in het vaandel staat. Maar als er iets fout gaat heeft de hulpverlening het gedaan.
Lees verder op www.casusconsult.nl; zie ite
m Hulpverleners ziek door competitie en drang naar perfectie' in kolom 'Nieuws'.


 
  Zoekt u:
+ advies bij een quick scan van uw kwaliteitszorg in samenhang met kennis-
   management?
+ een coach om kwaliteitszorg en kennismanagement in een lerende organisatie
   te implementeren? (met meerwaarde voor het dagelijks werk!)
+ advies of ondersteuning bij uw beleids- en strategieontwikkeling?

+ een auteur/samensteller voor uw beleids- of profileringnotities/brochures?
+
een tijdelijke coach of projectregisseur?
 

Dan biedt
Buitink Beleidsadvies mogelijk een passend aanbod.
Vraag vrijblijvend meer
informatie.


Project ‘Case based learning in het buitenland’
Digitale stagebegeleiding

01-03-07: Toen jullie vragen en tips naar mij opstuurden, ging er een lichtje bij me branden. De woorden empathie en  ondersteunen kwamen bij me op. Zo konden we anders omgaan met deze cliënt, waar hij goed op reageerde. Dit was een leermoment voor mij” .
Reflectie vergroot de kwaliteit van het professioneel handelen,  een belangrijk onderdeel in de opleiding van maatschappelijk werkers. Tijdens de stagevoorbereiding worden studenten hierin getraind. Gedurende het Praktijkjaar reflecteren studenten, aan de hand van concrete casussen uit de praktijk. Studenten reflecteren groepsgewijs op actuele casuïstiek, stellen methodische vragen, leren theorie aan praktijk te koppelen en daar consequenties aan te verbinden voor het beroepsmatig handelen (Case Based Learning). Daarnaast komt in supervisie reflectie op het persoonlijk professioneel handelen aan bod en worden studenten in de praktijk begeleid door een stagebegeleider van de stage-instelling.

Een kort artikel over het Project Case Based Learning van Mathilde Fassaert, Methodiekdocent en Praktijkcoördinator MWD / Fontys Hogeschool Sociale Studies. Download het artikel hier (pdf).


“Herstel van de professionele logica op basis van casusgeleid leren en intuïtie”
Oratie Geert van der Laan: ‘Maatschappelijk werk als ambacht’
25-10-06: In zijn oratie ter gelegenheid van zijn ambt als bijzonder hoogleraar van het maatschappelijk werk aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht greep prof. dr Geert van der Laan terug naar het boek ‘Helpen als ambacht’. Een bekend boek over het maatschappelijk werk uit 1951, waarin wordt gesteld dat maatschappelijk werk geen techniek is, maar een kunst; een maatschappelijk werker gebruikt dus enkel techniek. Dat Van der Laan teruggrijpt op het verleden is niet uit nostalgie, het is een actuele noodzaak. Want de laatste decennia werd de rationalisering van werkprocessen dominant; onder invloed van de logica van de staat, de bureaucratie en de markt.

Managers ‘beheersen’ uit angst
Op dit moment komt volgens Van der Laan in beleidskringen de professionele logica echter weer aarzelend in beeld en dat geldt op zeer bescheiden wijze ook voor de logica van de cliënt. “Die ambachtelijkheid is pure noodzaak als tegenhanger van de rationalisering in het werk; ambachtelijkheid is gebaseerd op dat wat werkt, een technocratische benadering niet.”
Van der Laan meent dat op dit moment de organisatie vaak belangrijker lijkt dan het werk op de werkvloer zelf; sterker: “De professionals worden te weinig als de experts gezien, maar als ‘uitvoerend werker’ in een productmatige managementbenadering.” De ontkoppeling van denken en doen (de leiding denkt, de uitvoering voert uit), moet teniet worden gedaan. Managers hebben daar angst voor en gaan beheersen, controleren, protocolleren, rationaliseren en functionaliseren.

Reprofessionaliseren
Op de hamvraag hoe het persoonlijke ambachtelijke werk weer terug kan komen, weet Van der Laan het antwoord wel: “Herstel van de professionele logica – mede op basis van casusgeleid leren en intuïtie -, en het teruggeven van vertrouwen en verantwoordelijkheid aan de professional. De competenten onder hen zijn goed in staat om daarbij verantwoording af te leggen.”  Waar dat volgens Van der Laan niet voor alle hulpverleners zou gelden, is kwaliteitsbeleid nodig. Maar dan wel vanuit een professioneel perspectief. Waarbij hij wijst op het belang van reprofessionaliseren en weer bij elkaar brengen van het leren en sturen; “Veel productgerichte organisaties slagen er niet in zichzelf als lerende organisatie te manifesteren, omdat de sturing lineair verloopt, daardoor ‘draait’ de organisatie niet.”
Volgens de bijzonder hoogleraar moeten we de professionele logica dus weer centraal stellen; “Een professionele logica die in staat is de logica van de cliënt te volgen en te honoreren. Ambachtelijkheid volgt de menselijke maat.”

De oratie, uitgegeven als toegankelijk boek, is zeer interessant om in instellingen en opleidingen te bespreken/bediscussiëren. Er zitten veel aanknopingspunten in voor beleidsvorming op gebied van kwaliteit en kennismanagement en uiteraard op gebied van invulling van managementfuncties en professionaliteit. Niet alleen voor het maatschappelijk werk, want - zoals een manager uit de geestelijke gezondheidszorg bij de oratie opmerkte - "de visie van Van der Laan is misschien nog wel meer toepasbaar op de gespecialiseerde GGZ."

Informatie
: de oratie is uitgegeven als boek: ‘Maatschappelijk werk als ambacht: inbedding en belichaming’ (96 pag.) –
G. van der Laan - ISBN: 90 6665 813 4 - 2006 Uitgeverij SWP Amsterdam: www.swpbook.com

Opmerking: Geert van der Laan ondersteunt met zijn pleidooi voor een herstel van de professionele logica op basis van casusgeleid leren de actuele aandacht voor kennisdeling - 'leren van gevallen' - en kennismanagement. Zijn pleidooi betreft het maatschappelijk werk, maar is uiteraard evenzo van toepassing op andere sociaal-agogische beroepen.


De uitvoerder en niet de manager organiseert het werk…..

Uit de column: ‘De Uitvoerder’:
Als gevolg van ontwikkelingen als schaalvergroting en productiedenken (o.a. voortkomend uit eisen van de financier) is de individuele professionele ruimte steeds meer ingeperkt ten gunste van allerlei regels voor afstemming en verantwoording. De wijze van werken werd steeds meer gereguleerd, terwijl de eigen professionele en creatieve bewegingsruimte minder werd. De maatschappelijk werker werd ‘uitvoerder’ van algemene afspraken en voorschriften.
Daar komt bij dat managers de organisatie van de maatschappelijk werkers hebben overgenomen. Managers streven ernaar organisatorische processen te harmoniseren. Ze willen controle en overzicht. Op papier moet alles kloppen. Dat leidt ertoe dat veel en veel meer centraal wordt geregeld en afgesproken en afgestemd dan nodig is.
Logisch dat maatschappelijk werkers zich niet betrokken en verantwoordelijk voelen voor de organisatie, zoals het management die voor ogen staat, want daarin is de maatschappelijk werker als deskundige in zijn vak steeds minder belangrijk geworden.
Instellingen voor maatschappelijk werk doen er verstandig aan maatschappelijk werkers weer hoofdverantwoordelijken te maken voor de organisatie van hun werk. Dan worden ze vanzelf weer betrokken.

  downloadLees hier de gehele column    


   

 

Ook u kunt uw artikelen of reacties inzenden!
 


Voor het Het laatste nieuws: klik hier.
 


Buitink Beleidsadvies
 

brengt lijn in zorg en welzijn


 





© Copyright 2011 Buitink Beleidsadvies