Informatie-
en visiepagina
met artikelen, informatie, verslagen en
opinies
Bijvoorbeeld over professionalisering, kwaliteitszorg,
beroepsethiek, profilering, met het accent op maatschappelijk werk.
Ook u kunt uw relevante informatie of reacties
inzenden!
"Daar moeten wij werkgevers en ambtenaren bij helpen!"
In de vorige NVMW-nieuwsbrief eindigde ik met de aanbeveling uw kennis niet
onder stoelen of banken te steken. Wat voor u vanzelfsprekend is, kan voor
anderen waardevolle informatie bevatten. Ambtenaren of leidinggevenden die
ver van de werkvloer afstaan kunnen uw kennis goed gebruiken. Afgelopen week
werd ik op mijn wenken bediend. Een maatschappelijk werker verwoordde helder
het belang van het doorgeven van praktijkkennis en presenteerde ook hoe hij
dat vorm gaf. Dit deed hij in de workshop ‘Weten wat werkt’ van Jaap
Buitink, op het jaarsymposium van het regionetwerk Rotterdam e.o.. Dit goede
voorbeeld – waarvan ik denk dat het werkt – vertel ik hierbij graag aan u
door. Ik geef het weer zoals het mij is bijgebleven.
We waren ideeën aan het uitwisselen over hoe je als maatschappelijk werker
adequaat kunt reageren op functie-eisen die haaks staan op de beroepscode.
Een deelnemer verzuchtte dat werkgevers niet zoveel boodschap hebben aan die
beroepscode. Anderen zuchtten een beetje met haar mee. De maatschappelijk
werker over wie ik het heb, deed dat niet. Hij veronderstelde dat werkgevers
en ambtenaren vaak te ver van de praktijk afstaan om maatschappelijk werk op
juiste waarde te schatten.
Daar moeten wij hen bij helpen. In zijn wijk heeft hij met collega’s een
comité opgericht dat voorlichting geeft over wat er in de wijk leeft en wat
er nodig is. Ambtenaren van de Wmo snappen daardoor beter waarom hun plan om
een centraal loket op te richten, een onzalig plan is dat haaks staat op de
behoefte van mensen aan direct toegankelijke hulp in de wijk.
Het uitwisselen en navolgen van dergelijke initiatieven stimuleert
maatschappelijk werkers om hun ‘stille praktijken’ stem te geven. En om
daarvoor gehoor te krijgen. In de vorige nieuwsbrief schreef ik dat dit ook
goed is voor de samenleving. Deze heeft belang bij deze kennis. Op een ander
recent symposium ter ere van de verschijning van het boek Moresprudentie
(zie verderop in deze nieuwsbrief) werd ik ook in deze opvatting gesteund.
Lector Lia van Doorn gaf hier een aansprekende presentatie, waarin ze
maatschappelijk werkers en andere social professionals aansprak als dragers
van de publieke moraal. Aan dergelijke dragers is een grote behoefte sinds
instituties als kerk en staat aan betekenis hebben ingeboet. Het lijken
misschien grote woorden, maar wat mij betreft dekken ze goed de lading van
de vele ‘kleine’ verhalen van het sociaal werk. Vertel ze door, zou ik
zeggen.
Lies Schilder
Directeur NVMW
Uit: Nieuwsbrief NVMW 26 maart 2012.
‘We hebben mondigere professionals nodig’
‘We hebben mondigere professionals nodig die het als een plicht voelen
zich uit te spreken over zaken die hun beroep en beroepswaarden raken’,
aldus een hartenkreet tijdens de inspraakronde over de herziening van de
Beroepscode voor de maatschappelijk werker (kortweg Beroepscode) van de
NVMW. De herziene Beroepscode (NVMW 2010) komt tegemoet aan die
hartenkreet. Maatschappelijk werkers zullen zich in hun relaties tot
cliënten, collega’s, organisaties en de samenleving heel bewust moeten
zijn van hun beroepswaarden. Dat is een belangrijke conclusie over de
nieuwe versie van de Beroepscode.
Het thema ‘professionele autonomie’
kwam tijdens de inspraakronde ter sprake met het voorbeeld van een
werkgever die stelt dat de hulpverlening moet worden afgesloten wanneer
een cliënt een afspraak afzegt. Een mondige maatschappelijk werker zal
vanuit zijn of haar professionele autonomie zorgvuldig handelen: dus
professionele ruimte claimen om bij de cliënt na te gaan waar die
afzegging werkelijk voor staat. Was het bijvoorbeeld onder druk van een
echtgenoot? Het is, zo meent men, een teken van kwaliteit wanneer
professionals hun professionele waarden en normen bewaken en ruimte
creëren om ermee te kunnen werken.
De Beroepscode vraagt de
maatschappelijk werker zorgvuldig te blijven handelen. Juist nu ‘achter
de voordeur’ omarmd wordt, moeten mondige maatschappelijk werkers hun
beroepswaarden hoog houden. Zo kan de code functioneren als een ‘buffer
tegen de perverse effecten van de marktwerking en disfunctionele
bureaucratie’, aldus een deskundige tijdens de inspraakronde.
Boodschap van
maatschappelijk werkers aan collega’s:
* De Beroepscode is meer dan het beroepsgeheim alleen en geeft duidelijkheid en houvast
in het
dagelijks werk.
* Alleen aandacht voor de vakmatige, methodische kant van het werk reduceert de
professionaliteit.
* De ethische dimensie van je beroepspraktijk bestaat uit meer dan de
Beroepscode; je
kunt nog zo’n mooie code hebben, als maatschappelijk
werkers onzorgvuldig ethisch
redeneren is er nog een slag te winnen.
Met andere woorden: we moeten meer aan
morele oordeelsvorming doen.
* Ook
maatschappelijk werkers die geen lid zijn van de beroepsvereniging zullen
zich voor
de rechter moeten verantwoorden aan de hand van de Beroepscode.
Bovenstaande tekst staat in het artikel Mondige professionals; in
Maatwerk augustus 2010.
Lees hier het hele artikel.
Houvast of
hindernis?
Werken met de nieuwe Beroepscode voor de maatschappelijk werker
Op het jaarcongres van de NVMW op 14 oktober 2010, waar de
nieuwe Beroepscode voor de maatschappelijk werker werd gepresenteerd,
leidde Jaap Buitink een workshop over deze nieuwe beroepscode. Met
de ervaring als (ex-)projectleider bij de herziening van de beroepscode
nog vers in het geheugen ging daarbij onder meer in op vragen als:
Ø
‘Wat is 'moreel beraad’, zoals dat in de
nieuwe beroepscode wordt gepropageerd?
Ø
‘Waarom een beroepscode?’; wat is de
essentie en het doel en wat is er veranderd in de nieuwe beroepscode?
Ø
Gebruiken we de beroepscode; zo ja: hoe
gebruiken we hem? Hoe kunnen we een ethisch dilemma analyseren?
Ø
Hoe verder aan de slag met de beroepscode?
De Nederlandse Vereniging van Maatschappelijk Werkers
(NVMW) organiseert i.s.m. Buitink Beleidsadvies nu ook een training: ‘Hulpmiddel
of hindernis? Werken met de nieuwe beroepscode’.
In de training word je o.a. getraind in het hanteren van een stappenplan
en het gebruiken van de Beroepscode om een ethisch dilemma te ‘ontleden’.
Onbewust maken hulpverleners bij het maken van methodische keuzes ook
morele keuzes. Het is voor een goede kwaliteit van het werk belangrijk om
je daarvan bewust e zijn.
De training zal worden aangeboden op verschillende plaatsen en data in het
land. (Kijk voor meer informatie in de NVMW-agenda op
www.nvmw.nl),
maar kan ook binnen organisaties (in company) worden gevolgd.
Heeft u vragen over deze training? Neem dan contact op met Magteld Beun,
stafmedewerker NVMW 030-294
86 03 of mail met
maatswk@nvmw.nl.
Managementcultuur maakt eenheidsworst van cliënten
en hulpverlening
06-09-2010: 'In de afgelopen tien, vijftien jaar is in het
AMW een andere cultuur binnengedrongen,
een managementcultuur. Die staat op gespannen voet met de cultuur,
dynamiek en eigenheid van het zorgen en helpen van mensen in hun directe
levenssfeer'. aldus Zeno Roos. Zeno Roos is een maatschappelijk werker uit
Drenthe die op vele manieren het AMW uitstekend heeft weten te profileren.
In een speciaal Memorandum schrijft hij verder dat de managementcultuur
ertoe neigt eenheidsworst te maken van cliënten en hulpverlening, terwijl
de ene cliënt of situatie nu eenmaal de andere niet is. De hulp wordt
ingeblikt in regels over maximaal vijf contacten en in abstracte
productbeschrijvingen met als motivatie 'zo kunnen we ons verkopen aan de
gemeente en verantwoorden wat we doen'.
Ofschoon veel werkers geleerd hebben deze nieuwe cultuur te accepteren,
bestaat er een zekere kloof tussen de praktijk van de hulprelaties van
werkers en de dominante managementpraktijk.
Lees hier meer
'Marktisme: dom!'
05-10-2009:
'Omdat ook ik de vermarkting met bijbehorende managementpraat van publieke
zaken heel erg vind, geef ik nog een concreet voorbeeld. Niet over
gezondheidszorg, maar over een nóg fundamentelere dienst, het algemeen
maatschappelijk werk (AMW), tegenwoordig gefinancierd door gemeenten die
uiteraard jaarlijks (elders) kunnen aanbesteden (dus angstcultuur). Om te
beginnen doet een goede AMW-er er jaren over om een netwerk op te bouwen,
dus hoezo ‘jaarlijks aanbesteden’?
Daarbij is het AMW echt het afvoerputje van onze maatschappij. Daar kom je
terecht als echt niemand je meer kan en wil behandelen/begeleiden. Alle
goede AMW-ers in ons land zorgen er voor dat ‘wij’ geen last hebben van
pakweg zwervers, daklozen, uitbehandelde (?) psychiatrische patiënten,
vervuilde huizen van ‘zorgmijders’, enz.
Om dat te bereiken moet je in iedere bijzondere situatie inventief zijn en
er vaak jaren over doen om contact te leggen met deze zorgmijders. Met
veel tact en vaak via een andere ingang, bijvoorbeeld via het invullen van
een formuliertje. Die zijn overigens tegenwoordig vaak zo ingewikkeld dat
daar veel vraag naar is.
Maar helaas, een werkwijze welke bij uitstek humaniteit vergt, moet ook
worden versneden tot ‘producten’. Daar is die manager toch speciaal voor
aangenomen!
En tsja, daaronder valt dus geen maandelijks bezoekje aan zo’n zorgmijder
die jou inmiddels (als enige) vertrouwt en die daarmee geen overlast
bezorgt.
En daar past ook geen beroepstrots bij, dat is maar onhandig voor de
aansturende manager die inhoudelijk kennis noch ervaring heeft!'
Piet van Dongen, 5 oktober 2009.
Uit:
http://weblogs.nrc.nl/
‘Instellingen laten hun professionals in de kou staan’
13-11-2008: Tijdens het Welzijnsdebat ‘Moraliseren moet’ stond de
vraag centraal: ‘Mogen of moeten hulpverleners moraliseren?’ In dit door
het blad ‘Zorg+Welzijn’ en ‘Verdiwel’ georganiseerd debat werden
prikkelende uitspraken gedaan. Een aantal daarvan op rij:
Lia van Doorn,
lector Innovatieve dienstverlening aan de Hogeschool van Utrecht:
·
Instellingen in zorg en welzijn laten hun professionals moreel in de kou
staan als het gaat om morele oordeelsvorming
·
We verwachten van professionals dat die ingrijpen als het mis gaat, maar wat
is ‘mis’?
· Professionals
hebben te maken met impliciete normering, zonder dat de samenleving het
mandaat bepaalt.
· Bij
excessen gaat de samenleving wel morren.
·
Moraliseren moet, maar wel zorgvuldig.
·
Professionals kunnen grotere rol spelen bij morele vraagstukken. Zij zijn de
voorlopers in ethische discussies; zij moeten heikele punten inventariseren.
·
De noodzaak om professionals te ondersteunen bij morele oordeelsvorming zal
alleen maar toenemen.
Hans Boutellier,
directeur Verwey-Jonker Instituut en hoogleraard Veiligheid en
burgerschap aan de Vrije Universiteit:
·
De publieke moraal heeft zich georganiseerd op wat we afwijzen; terwijl we
niet meer weten wat we wel willen.
·
We verwachten te veel van professionals.
·
De samenleving, i.c. de manager en de wethouder moet de professionaliteit
richting geven: de normatieve en ethische grenzen aangeven.
·
Maar dit is geen thema in organisaties.
·
Als het werk zelf geen normatieve richting aangeeft, laten wet het over aan
de politie op het moment dat er gecorrigeerd wordt.
·
Organiseer vanuit professionele normen tegenkracht ten opzichte van de door
de overheid aangegeven (disciplinerende) richting.
Ben Ottens,
directeur van een instelling voor maatschappelijke dienstverlening en
welzijn:
·
Ja, we moeten meer gaan reflecteren aan de hand van casussen!
·
We moeten op instellingsniveau daar mee beginnen.
Tineke van Uden,
voorheen Maatschappelijk Werk DommelRegio:
·
Outreachende hulpverlening wordt steeds meer ingezet om mensen in het gareel
te krijgen, om te disciplineren.
·
Hulpverleners moeten vaker moreel stelling nemen tegen beleidsmakers en
opdrachtgevers: in het belang van de cliënt en het vak.
Christa Vonkeman,
voorzitter Verdiwel (vereniging directeuren welzijnsinstellingen):
·
Als je een wens hebt voor een keukeninrichting zegt de keukenboer ook
duidelijk of die wens gerealiseerd kan worden. Zo moet het ook met het
welzijnswerk: professionals moeten de grenzen aangeven.
Een zeer interessante en levendig Welzijnsdebat was het. Voer voor meer
discussie. Discussie die Lia van Doorn eerder al was gestart, toen
zij in Zorg+Welzijn pleitte voor ‘Moresprudentie’.
Moresprudentie
Professionals staan er vaak alleen voor wanneer zij hulp verlenen ‘achter de
voordeur’. Zij worden steeds vaker op pad gestuurd om zich te bemoeien met
mensen in de privésfeer. Maar wie bepaalt wat goed is? Wanneer de
organisatie globale richtlijnen geeft en ergens voor staat, geeft dat
houvast aan de professional, stelt de lector. Die ijkpunten krijgen vorm
door bijvoorbeeld met collega’s verschillende cases te bespreken.
Van Doorn: ‘Professionals kunnen hun morele oordeelsvorming met elkaar
scherper krijgen, door ethische kwesties te bespreken en samen vanuit
verschillende perspectieven naar dilemma’s te kijken. Zo vormen ze met
elkaar ijkpunten, dat biedt hun houvast bij hun werk.’ Vergelijkbaar met
juristen die jurisprudentie bespreken, zou er ook een
moresprudentie
moeten komen. Hierbij slaat mores op moraal, aldus Van Doorn.
Het probleem is echter dat er weinig tijd is voor reflectie. ‘De volle
caseload en het feit dat veel hulpverleners ‘doeners’ zijn en meteen aan de
slag willen, maakt het soms lastig om tijd te maken voor reflectie en
overleg met collega’s. Tegelijkertijd halen professionals juist hun
voldoening uit ingewikkelde situaties met cliënten, waarbij er zich
dilemma’s voordoen, stelt Van Doorn.
‘Hier kunnen ze hun tanden inzetten. Het is juist hun drijfveer om mensen te
helpen als het erop aankomt, op het scherpst van de snede. Dat is precair
werk, daarbij hebben ze ondersteuning nodig.’
Bron: Zorg+Welzijn. In dit blad meer ook over het
Welzijnsdebat over moraliseren:
lees meer
Tip:
Kenniscentrum Sociale Innovatie:
Openbare les ‘Sociale professionals en morele oordeelsvorming’ door lector
Dr. Lia van Doorn
Opmerking:
CasusConsult
biedt hulpverleners de mogelijkheid om in kennisgroepen casussen te
bespreken. En op een verantwoorde manier ijkpunten te vormen voor het werk.
Als hulpverleners, aanvullend op de verbale mogelijkheden in eigen
organisatie, met collega's in het land dergelijke kennisgroepen zouden
vullen, dan zou dat helpen bij de morele oordeelsvorming in bijzondere
situaties: dat leidt inderdaad tot 'moresprudentie'
(middels o.a. de automatische archivering van CasusConsult).
Zie voor meer info over CasusConsult:
www.casusconsult.nl
Taakgerichte
hulpverlening: ‘Van Richmond naar Reid’
17-05-08: ‘Wat doen maatschappelijk werkers nu precies?’ is
de vraag die in het boek Van Richmond naar Reid van Lou Jagt
centraal staat. Met welke interventies proberen zij hun cliënten te helpen
weer wat greep te krijgen op datgene wat mis ging, een antwoord te vinden
op dreigend verlies of onheil dat hen overkomt.
Het model taakgerichte hulpverlening (TGH) geeft op deze vragen
voor cliënten en werkers begrijpelijke antwoorden. Het gaat uit van de
vragen waarmee cliënten naar het maatschappelijk werk komen en bouwt voort
op datgene wat cliënten zelf al hebben geprobeerd maar niet tot de
gewenste resultaten heeft geleid. Kernbegrippen van het model zijn:
activeren van cliënten op basis van partnerschap, structureren van het
hulpverleningsproces en het motiveren van cliënten door het werken met
haalbare taken in een te over ziene begrensde tijdsperiode.
Informatie over taakgerichte hulpverlening en het boek Van Richmond
naar Reid van Lou Jagt op
www.casusconsult.nl.
Tip: tik op CasusConsult in zoekregel 'taakgerichte hulpverlening in'!
Commentaar
Uitvoerenden moeten weer professionals worden!
07-03-08: De
Landelijke Vereniging
Georganiseerde eerste lijn
stelt dat de eerste lijn in beweging moet komen en de gemeente moet
ondersteunen bij het analyseren van de fysieke en sociale omgeving van
burgers: ‘Een groot deel van de eerste lijn bevindt zich immers in de wijk
dichtbij de burgers en weet bij uitstek welke gezondheidsproblemen er
spelen’ (zie ook ‘Patstelling: gemeente en eerste lijn wachten op
elkaar’ op
Homepage).
Als
gevolg van ontwikkelingen als schaalvergroting en productiedenken (o.a.
voortkomend uit eisen van de financier) is de individuele professionele
ruimte de laatste decennia steeds meer ingeperkt ten gunste van allerlei
regels voor afstemming en verantwoording. De wijze van werken werd steeds
meer gereguleerd, terwijl de eigen professionele en creatieve
bewegingsruimte minder werd. De uitvoerende (verpleegkundige,
maatschappelijk werker, etc.) werd letterlijk ‘uitvoerder’ van algemene
afspraken en voorschriften.
Daar komt bij dat managers de organisatie van uitvoerenden overnamen.
Managers streven ernaar organisatorische processen te harmoniseren. Dat
leidt ertoe dat veel en veel meer centraal wordt geregeld en afgesproken
en afgestemd dan nodig is.
Logisch dat veel professionals zich niet of nauwelijks betrokken en
verantwoordelijk voelen bij de organisatie en het beleid, want daarin is
de uitvoerende als deskundige in zijn vak steeds minder belangrijk
geworden. Laat staan dat zij zich geroepen voelen om vanuit hun vakkennis
een bijdrage te leveren aan een analyse van de psychische, sociale en
fysieke risicofactoren in de wijk. Managers doen er goed aan om
uitvoerenden weer als professionals – als vakmensen - te benaderen. Een
belangrijke manier om dat te doen is om kennismanagement in te voeren. Dan
worden professionals vanzelf weer betrokken.
Opmerking: voor het maatschappelijk werk is bovenstaande uitgewerkt in het
artikel:
Effectiviteit en kwaliteit in professioneel perspectief:
Maatschappelijk Werk
op de Antillen?
Sociale infrastructuur op Antillen minstens zo belangrijk als
sanering economie
14-01-2008 -
In juli 2000 bezocht Jaap Buitink, beleidsadviseur, het Antilliaanse eiland
Curaçao. Hij was daar voor een door de MOgroep (= Maatschappelijk
Ondernemersgroep, voorheen VOG) gefinancierd onderzoek naar de noodzaak van
- en het draagvlak voor - Algemeen Maatschappelijk Werk (AMW). Het
werkbezoek vond plaats op verzoek van een initiatiefgroep op Curaçao. Deze
groep pleit voor Nederlandse steun bij het realiseren en (mee)financieren
van Algemeen Maatschappelijk Werk (AMW) op de Nederlandse Antillen. De
noodzaak voor het realiseren van een goede basisvoorziening op de Antillen
is in de afgelopen jaren alleen maar toegenomen. En ook nu lees je in de
discussies over de Antillen vooral over 'economische hulpverlening'. Hoe
belangrijk is een investering in de sociale infrastructuur? Anno 2008 is de
actualiteit van die vraag slechts toegenomen!
In bijgaand artikel een overzicht van alle bevindingen uit 2000. Hier alvast
de conclusies:
'Huidige
sociale ramp op Antillen wordt tragedie!'
Een belangrijke conclusie is dat de representanten van organisaties op
Curaçao eensluidend waren in hun mening dat AMW noodzakelijk is om:
1.
zonodig maatwerk te
bieden in het geven van structuur (in de communicatie) en vorming binnen
gezinnen;
2.
met AMW letterlijk
‘basis’ te geven aan de investering in de sociale infrastructuur;
3.
categorale en
beleidsorganisaties (weer) aan hun eigenlijke doelstelling toe te laten
komen (waar ze nu teveel gaten moeten vullen wegens het ontbreken van AMW);
4.
te voorkomen dat
personen hun psychosociale problemen onnodig ontvluchten (d.m.v.
bijvoorbeeld vertrek naar Nederland of criminaliteit).
Eerder concludeerden we al dat een fundamentele ommezwaai en een
fundamentele investering in de sociale infrastructuur dringend nodig is. Een
vertegenwoordigster van het Centrum Voorlichting Antillianen vat een
en ander kernachtig samen: “Als mensen hier komen voor vertrek naar
Nederland, vragen ze eigenlijk persoonlijke hulp, maar we hebben ze niets te
bieden, daarom vluchten ze naar Nederland of in drugs en criminaliteit;
eerder persoonlijke aandacht en hulp zou in veel situaties helpen”.
Een gezonde economie op de Nederlandse Antillen is noodzakelijk, maar een
investering in de mens - of de sociale infrastructuur – is minstens zo
belangrijk. Anders wordt de huidige sociale ramp een grote tragedie. En dat
binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Daarom AMW op Curaçao! Met hulp van
de Nederlandse regering.'
(Conclusies uit 2000)
Opmerking: anno 2008 kan worden
opgemerkt dat de in 2000 geconstateerde noodzaak voor een basisvoorziening
als het AMW op de Antillen alleen maar is toegenomen. En dat de tragedie
zich al voordoet.
Lees
hier het gehele artikel
“Waarom
gaat het altijd over de vorm en niet over de inhoud?”
08-11-07: Bert Middel, Burgemeester van Smallingerland en o.a. ex-Eerste-
en Tweede Kamerlid schrijft in zijn column in Zorg en Welzijn (nr.
11-2007):
‘Wat me nu al dertig jaar dwarszit, is dat de sector het zichzelf vaak zo
moeilijk maakt door de vorm boven de inhoud te plaatsen. Al die
overlegverbanden, ketens, sociale teams, protocollen en wat er nog meer aan
bureaucratische rimram bedacht kan worden. En vaak nog omhuld met een
onbegrijpelijk jargon. Het verzwakt alleen maar de politieke legitimatie en
maatschappelijke acceptatie voor een onmisbare sector, die ten onrechte als
‘zacht’ wordt genoemd. Zorg en welzijn behelzen de essentie van het leven en
zijn daarmee dus keihard. Maar waarom wordt er dan nog steeds zo weinig over
de inhoud van het werk gesproken en nog altijd zoveel over de vorm?’
En zo is het!
Info:
www.zorgwelzijn.nl
Maatschappelijk werker moet niet perfect willen zijn
“Een
professie die zich zelf serieus neemt visiteert zich zelf”.
02-04-07: “Het is te gek dat hulpverleners en niet de ouders er op worden
aangekeken als er een kind wordt vermoord”. Verwijzend naar de zaak
Savanna merkt bijzonder hoogleraar maatschappelijk werk Carol van
Nijnatten op dat in onze samenleving vrijheid van opvoeding hoog in het
vaandel staat. Maar als er iets fout gaat heeft de hulpverlening het
gedaan.
Lees verder op
www.casusconsult.nl; zie item
‘Hulpverleners ziek door competitie en
drang naar perfectie' in kolom 'Nieuws'.
|
Zoekt u:
+
advies bij een quick scan van uw kwaliteitszorg in
samenhang met kennis-
management?
+
een coach om kwaliteitszorg en kennismanagement in een lerende organisatie
te implementeren? (met meerwaarde voor het dagelijks
werk!)
+
advies
of ondersteuning bij uw beleids- en strategieontwikkeling?
+ een auteur/samensteller voor uw beleids- of
profileringnotities/brochures?
+
een
tijdelijke coach of projectregisseur?
Dan biedt
Buitink Beleidsadvies mogelijk een passend aanbod.
Vraag vrijblijvend meer
informatie.
|
Project ‘Case based learning in het buitenland’
Digitale stagebegeleiding
01-03-07:
“Toen jullie vragen en
tips naar mij opstuurden, ging er een lichtje bij me branden. De woorden
empathie en ondersteunen kwamen bij me op. Zo konden we anders omgaan met
deze cliënt, waar hij goed op reageerde. Dit was een leermoment voor mij”
.
Reflectie vergroot de kwaliteit van het professioneel handelen, een
belangrijk onderdeel in de opleiding van maatschappelijk werkers. Tijdens
de stagevoorbereiding worden studenten hierin getraind. Gedurende het
Praktijkjaar reflecteren studenten, aan de hand van concrete casussen uit
de praktijk. Studenten reflecteren groepsgewijs op actuele casuïstiek,
stellen methodische vragen, leren theorie aan praktijk te koppelen en daar
consequenties aan te verbinden voor het beroepsmatig handelen (Case Based
Learning). Daarnaast komt in supervisie reflectie op het persoonlijk
professioneel handelen aan bod en worden studenten in de praktijk begeleid
door een stagebegeleider van de stage-instelling.
Een kort artikel over het
Project
Case Based Learning van
Mathilde
Fassaert,
Methodiekdocent en
Praktijkcoördinator MWD / Fontys Hogeschool Sociale Studies.
Download het artikel hier (pdf).
“Herstel van de professionele logica op basis van
casusgeleid leren en intuïtie”
Oratie Geert van der Laan: ‘Maatschappelijk werk als
ambacht’
25-10-06: In zijn
oratie ter gelegenheid van zijn ambt als bijzonder hoogleraar van het
maatschappelijk werk aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht greep
prof. dr Geert van der Laan terug naar het boek ‘Helpen als ambacht’. Een
bekend boek over het maatschappelijk werk uit 1951, waarin wordt gesteld
dat maatschappelijk werk geen techniek is, maar een kunst; een
maatschappelijk werker gebruikt dus enkel techniek. Dat Van der
Laan teruggrijpt op het verleden is niet uit nostalgie, het is een actuele
noodzaak. Want de laatste decennia werd de rationalisering van
werkprocessen dominant; onder invloed van de logica van de staat, de
bureaucratie en de markt.
Managers ‘beheersen’ uit angst
Op dit moment komt volgens Van der Laan in beleidskringen de professionele
logica echter weer aarzelend in beeld en dat geldt op zeer bescheiden
wijze ook voor de logica van de cliënt. “Die ambachtelijkheid is pure
noodzaak als tegenhanger van de rationalisering in het werk;
ambachtelijkheid is gebaseerd op dat wat werkt, een technocratische
benadering niet.”
Van der Laan meent dat op dit moment de organisatie vaak belangrijker
lijkt dan het werk op de werkvloer zelf; sterker: “De professionals worden
te weinig als de experts gezien, maar als ‘uitvoerend werker’ in een
productmatige managementbenadering.” De ontkoppeling van denken en doen
(de leiding denkt, de uitvoering voert uit), moet teniet worden gedaan.
Managers hebben daar angst voor en gaan beheersen, controleren,
protocolleren, rationaliseren en functionaliseren.
Reprofessionaliseren
Op de hamvraag hoe het persoonlijke ambachtelijke werk weer terug kan
komen, weet Van der Laan het antwoord wel: “Herstel van de professionele
logica – mede op basis van casusgeleid leren en intuïtie -, en het
teruggeven van vertrouwen en verantwoordelijkheid aan de professional. De
competenten onder hen zijn goed in staat om daarbij verantwoording af te
leggen.” Waar dat volgens Van der Laan niet voor alle hulpverleners zou
gelden, is kwaliteitsbeleid nodig. Maar dan wel vanuit een professioneel
perspectief. Waarbij hij wijst op het belang van reprofessionaliseren en
weer bij elkaar brengen van het leren en sturen; “Veel
productgerichte organisaties slagen er niet in zichzelf als lerende
organisatie te manifesteren, omdat de sturing lineair verloopt, daardoor
‘draait’ de organisatie niet.”
Volgens de bijzonder hoogleraar moeten we de professionele logica dus weer
centraal stellen; “Een professionele logica die in staat is de logica van
de cliënt te volgen en te honoreren. Ambachtelijkheid volgt de menselijke
maat.”
De
oratie, uitgegeven als toegankelijk boek, is zeer interessant om in
instellingen en opleidingen te bespreken/bediscussiëren. Er zitten veel
aanknopingspunten in voor beleidsvorming op gebied van kwaliteit en
kennismanagement en uiteraard op gebied van invulling van
managementfuncties en professionaliteit. Niet alleen voor het
maatschappelijk werk, want - zoals een manager uit de geestelijke
gezondheidszorg bij de oratie opmerkte - "de visie van Van der Laan is
misschien nog wel meer toepasbaar op de gespecialiseerde GGZ."
Informatie: de oratie is uitgegeven als boek: ‘Maatschappelijk werk als
ambacht: inbedding en belichaming’ (96 pag.) –
G. van der Laan - ISBN: 90
6665 813 4 - 2006 Uitgeverij SWP
Amsterdam:
www.swpbook.com
Opmerking:
Geert van der Laan ondersteunt met zijn pleidooi voor een herstel van de
professionele logica op basis van casusgeleid leren de actuele aandacht
voor kennisdeling - 'leren van gevallen' - en kennismanagement.
Zijn pleidooi betreft het maatschappelijk werk, maar is uiteraard evenzo
van toepassing op andere sociaal-agogische beroepen.
De uitvoerder en niet de
manager organiseert het werk…..
Uit de column: ‘De
Uitvoerder’:
Als gevolg van ontwikkelingen als schaalvergroting en productiedenken (o.a.
voortkomend uit eisen van de financier) is de individuele professionele
ruimte steeds meer ingeperkt ten gunste van allerlei regels voor afstemming
en verantwoording. De wijze van werken werd steeds meer gereguleerd, terwijl
de eigen professionele en creatieve bewegingsruimte minder werd. De
maatschappelijk werker werd ‘uitvoerder’ van algemene afspraken en
voorschriften.
Daar komt bij dat managers de organisatie van de maatschappelijk werkers
hebben overgenomen. Managers streven ernaar organisatorische processen te
harmoniseren. Ze willen controle en overzicht. Op papier moet alles kloppen.
Dat leidt ertoe dat veel en veel meer centraal wordt geregeld en afgesproken
en afgestemd dan nodig is.
Logisch dat maatschappelijk werkers zich niet betrokken en verantwoordelijk
voelen voor de organisatie, zoals het management die voor ogen staat, want
daarin is de maatschappelijk werker als deskundige in zijn vak steeds minder
belangrijk geworden.
Instellingen voor maatschappelijk werk doen er verstandig aan
maatschappelijk werkers weer hoofdverantwoordelijken te maken voor de
organisatie van hun werk. Dan worden ze vanzelf weer betrokken.
Lees
hier de gehele column