• Nut en noodzaak van een beroepscode

Nut en noodzaak van een beroepscode

“Een beroepscode is de TomTom voor de sociaal werker. Het is belangrijk dat professionals in de sociale sector en jeugdhulp zich inhoudelijk met hun beroepscode verbinden.”
Aan het woord is Jaap Buitink, adviseur en trainer op het gebied van professionaliteit en beroepsethiek in het sociaal werk. Zeven vragen over nut en noodzaak van de beroepscode.

Wat is een beroepscode?
“Een beroepscode is een navigatiesysteem dat je in je werk aan afspraken herinnert. Bijvoorbeeld over dat je geen informatie over cliënten aan derden geeft. Of dat als je in een gezin komt en een vermoeden hebt van kindermishandeling, je denkt aan de veiligheid van de kinderen en handelt zoals je geleerd hebt. De beroepscode herinnert je aan wat moreel verantwoord professioneel handelen is. Maar net zoals je op de weg afwijkt van een verkeersregel om een spelend kind te ontwijken, zal je in je werk soms de vertrouwelijkheid van informatie anders wegen dan normaal, bijvoorbeeld in geval van kindermishandeling. De beroepscode geeft je dan houvast om als professional zelf te bepalen welke van de morele richtlijnen jij in die situatie het zwaarste vindt wegen. Kortom: de beroepscode beschrijft de morele normen. Die normen zijn gebaseerd op wat we in het beroep samen belangrijke waarden en idealen vinden. Cliënten, samenwerkingspartners en de gehele samenleving weten daardoor wat ze van de beroepsgroep mogen verwachten.”

Wat is het belang van een beroepscode?
“Een beroepscode is allereerst een ontzettend belangrijk kwaliteitsmiddel. Het garandeert de cliënt onder meer dat de professional zijn vak bijhoudt, zich richt op de eigen kracht van de cliënt en zijn sociale omgeving en reflecteert op het eigen handelen. In het jeugddomein komt daar nog bij: extra aandacht voor de afhankelijke positie van kinderen in de samenleving en in het gezin, zoals aandacht voor kindermishandeling. Naast het belang als kwaliteitsmiddel helpt de beroepscode professionals ook om de keuzes die ze in hun werk maken, te verantwoorden op basis van morele richtlijnen.”

Kan een beroepscode “knellen”?
“Een beroepscode knelt vooral als een werkgever of gemeente de code niet erkent. Dan is het moeilijk werken. Een voorbeeld uit de jeugdhulpverlening: Stel dat de gedragswetenschapper – en daarna ook je leidinggevende – zegt dat je de kinderrechter moet adviseren om een kind uit huis te plaatsen. En jij bent als verantwoordelijk professional na ruim wikken en wegen, met collega’s tot het advies gekomen om het kind niet uit huis te plaatsen. Dan knelt het. Want doe je wat je leidinggevende je opdraagt of volg je je eigen keuze? Als de kinderrechter besluit tot uithuisplaatsing en de ouders zouden je aanklagen, dan zit je fout. Want verwijzen naar de leidinggevende als argument staat niet als norm in de beroepscode. Benut de ethische richtlijnen uit de code en je staat veel steviger.”

 Wat doe je als professional wanneer je een moreel dilemma ervaart?
“Als je een dilemma ervaart, ga je wegen wat het zwaarst weegt en kun je bewust bepaalde normen van de beroepscode meer of minder zwaar laten wegen. Neem de vraag: is privacy belangrijker dan het belang van een kind of gezin? Je kunt tegen de norm van vertrouwelijkheid in gaan als je meent dat daar zwaarwegende redenen voor zijn. Dat hoeft niet gelijk (kinder-)mishandeling te zijn, maar wel dermate ernstige signalen over het niet tot hun recht komen van kinderen of volwassenen, dat het doorbreken van de privacy noodzakelijk is. Daarover ga je dan in overleg met collega’s en zo nodig met ketenpartners. Je kijkt daarnaast of er nog meer waarden en normen of belangen in het geding zijn en weegt alles af. Je keuze kun je dan helder en professioneel verantwoorden. Ook daarbij biedt de beroepscode de hulpverlener houvast.”
 
Welke rol speelt de beroepscode in de beroepsontwikkeling van professionals?
“De beroepscode is een belangrijke ondersteuning en erkenning van hun professionaliteit. Sociaal werkers en jeugdhulpverleners staan in hun werk voor heel belangrijke keuzes. Keuzes - die van grote invloed zijn op mensen - waarop zij ter verantwoording kunnen worden geroepen. Daarom is het heel belangrijk om een beroepscode, een gezamenlijk referentiekader te hebben: hier staan wij voor en daar kunnen jullie ons op afrekenen.

Wie schrijft de beroepscode?
“Professionals schrijven hun eigen beroepscode. Dat wil zeggen dat de code de gezamenlijke morele richtlijnen van de professionals beschrijft: een beroepscode is dus altijd de bundeling van de gezamenlijke morele richtlijnen van, voor en door professionals zelf. De beroepsvereniging is in eerste instantie verantwoordelijk voor het tot stand komen van een beroepscode. Maar dit kan nooit zonder intensieve interactie met de werkers op de werkvloer; daar wordt geïnventariseerd wat er onder de professionals leeft.”

 Hoe verbind je je als jeugdhulpverlener aan de beroepscode?
“Dat doe je formeel door je te registeren in het beroepsregister. Belangrijker vind ik dat een professional zich inhoudelijk verbindt met de beroepscode. Dat doe je door ermee te gaan werken in de praktijk; door bij een dilemma te bekijken welke normen in het geding zijn en te beoordelen hoe zwaar die wegen. Neem de code mee in je tas, pak hem erbij bij intervisie of als je collegiaal overleg voert. Laat ook ketenpartners zien hoe belangrijk de beroepscode voor jou is. Om te laten zien hoe professioneel verantwoord jij werkt. En hoe die code bijdraagt aan een betere kwaliteit van hulp- en dienstverlening.”

Casus
De beroepscode: het kind centraal
“Een gescheiden moeder en haar tienjarige dochter hebben heel veel dieren in huis. De jeugdhulpverlener die er in huis komt, heeft haar bedenkingen over de hygiëne in huis. Bovendien vraagt ze zich af of vriendinnen hierdoor wel op bezoek durven komen?
Vanuit persoonlijke normen kun je als hulpverlener zeggen dat een dergelijke opvoeding niet kan, het is erg vies en onhygiënisch in huis. Is dat reden voor een uithuisplaatsing? De beroepscode leert in zo’n situatie even een stap terug te doen en te reflecteren op wat we in de beroepsgroep moreel verstandig vinden. De code helpt bijvoorbeeld herinneren aan de norm dat je respect hebt voor hoe mensen – binnen de kaders van de wet – hun eigen keuzes maken. Maar ook dat respect kan betekenen dat je zo nodig bescherming biedt als een situatie de sociale ontwikkeling van de dochter belemmert of als haar veiligheid in het geding is. De professional weegt deze en nog andere normen uit de beroepscode – en verschillende belangen van betrokkenen – af en bepaalt welke normen en belangen het zwaarste wegen. De beroepscode is daarbij het morele referentiekader. Die beroepscode zet elke keer de vraag centraal: wat is hier het belangrijkste voor de ontwikkeling van het kind of volwassene? In moeilijke situaties rest slecht één advies: altijd collegiaal moreel beraad houden.”
 
Casus
De beroepscode: autonome beslissingen nemen
“Een gemeenteambtenaar vraagt om bij signalering van fraude dit te melden in het wijkteam. De eigen werkgever gedoogt dit als beleid.
De professional heeft in dit geval veel houvast aan de professionele autonomie die voortkomt uit de beroepscode. Die code vraagt dat de professional – zoveel mogelijk reflecterend met collega’s – een eigen afweging maakt in het belang van de cliënt. Dan kan er een conflict van plichten ontstaan: de plicht om te melden (in geval professionals onder de hiërarchie van de gemeente vallen, voelt die plicht nog zwaarder) en de plicht om als professional de privacy van de cliënt te beschermen. Deze laatste plicht komt voort uit de beroepscode en is wettelijk erkend; de wet erkent de beroepscode. De beroepscode biedt ook hier het houvast om weloverwogen en professioneel verantwoorde beslissingen te (mogen) nemen en je niet te laten leiden door hiërarchische argumenten.”

Bron: Website van Professionalisering jeugdhulp & jeugdbescherming. Dit interview, inclusief foto, stond in 2016 op deze website en is nu - met enkele kleine wijzigingen - hierboven geplaatst.

Reageren? Mail naar Buitink Beleidsadvies