• 25 jaar beroepsregister voor sociaal werkers

25 jaar beroepsregister voor sociaal werkers

Het beroepsregister voor sociale professionals bestaat 25 jaar. In 1990 werd de Stichting Beroepsregister voor Maatschappelijk Werkers opgericht. Daarna werd dit 'BAMw' en nu is de naam 'Registerplein'. Maar nog steeds met als doel een kwaliteitskeurmerk te bieden. Het afgesplitste SKJ (Register voor de jeugdhulp) komt dus ook voort uit het in 1990 gestarte beroepsregister. De eerste voorzitter, Jaap Buitink, wijst er op dat destijds vakbonden en werkgevers een beroepsregister nog als overbodig beschouwden. Zij vonden toen een hbo-diploma voldoende voor kwaliteitsborging. De tijden zijn veranderd, want nu stimuleren werkgevers beroepsregistratie in het sociaal werk.  

De weg van de Stichting Beroepsregister voor Maatschappelijk Werkers naar Registerplein was er één met de nodige hobbels. Na 25 jaar wordt beroepsregistratie meer en meer erkend, en is Registerplein hard op weg om hèt register van het sociaal domein te worden. De voorzitter van het eerste uur aan het woord.

“Het beroepsregister is na 25 jaar echt volwassen geworden”

Jaap Buitink, voorzitter vanaf de oprichting in 1990 tot medio 1991, was betrokken bij zowel de bevruchting, zwangerschap als de geboorte van het beroepsregister voor maatschappelijk werkers, en heeft het register in de afgelopen 25 jaar zien uitgroeien tot een volwassen Registerplein met meerdere registers binnen het sociaal domein. Hij kijkt terug op de onstuimige beginperiode.

Wat is je betrokkenheid bij het sociaal domein en in het bijzonder bij beroepsregistratie?
“Ik ben mijn carrière begonnen als maatschappelijk werker, en had vervolgens   diverse management- en beleidsfuncties.  Sinds 2000 werk ik als zelfstandig adviseur, trainer en publicist. In 1987 maakte ik binnen de beroepsvereniging deel uit van het Functieverband Algemeen Maatschappelijk Werk en van daaruit pleitten we bij het bestuur voor het starten van beroepsregistratie. Het bestuur vroeg mij toen om deel te nemen aan een voorbereidingsgroep met als opdracht de invoering van een beroepsregister te gaan onderzoeken. In 1989 werd ik vervolgens voorzitter van een in het leven geroepen werkgroep die daadwerkelijk de oprichting van een beroepsregister moest gaan uitwerken, en aansluitend, na het openen van het register in 1990, voorzitter van de Stichting Beroepsregister voor Maatschappelijk Werkers. Ik heb de kwaliteit van het beroep Maatschappelijk Werker altijd belangrijk gevonden. Toen aansluiting bij het BIG-register – het beroepsregister voor de gezondheidszorg - niet haalbaar bleek, zijn we de voorbereidingen gaan treffen voor het starten van een eigen register.”

Wat speelde er in de periode waarin je voorzitter werd?
“In die voorbereidende periode van 1987 tot en met 1990 moesten we alles rondom een beroepsregister zelf ontdekken. Het was voor ons een enorme teleurstelling dat de vakbonden en de werkgevers, zeg maar de cao-partners, een beroepsregister als overbodig beschouwden. Nu bestond er in die tijd ook een  zekere spanning tussen vakbonden en de beroepsvereniging, dus dat speelde zeker mee. Ook sommige collega’s in het veld waren toen nog sceptisch en vroegen zich af of een beroepsregister nu echt nodig was. Gelukkig kregen we wel veel steun van de beroepsverenging en van  veel leden. En na de opening van het register in 1990 bereikten we binnen een jaar al een kleine 1000 inschrijvingen, dus daaruit blijkt dat het beroepsregister wel degelijk voorzag in een behoefte.”

Wat is het voordeel van een onafhankelijk beroepsregister?
“Voor een beroepsregister is het belangrijk een onafhankelijke uitstraling te hebben en dat er een onafhankelijke toetsing van de criteria plaats vindt. Persoonlijk ben ik nog steeds voorstander van een koppeling aan het lidmaatschap van de beroepsvereniging. Volgens mij verstevigt dat het beroepsbewustzijn. Je bent lid van de beroepsvereniging omdat je samen met je vakgenoten sterker staat, en de registratie is daarbij een keurmerk van je professionaliteit.”

Wat is het nadeel van een onafhankelijk beroepsregister?
“Een beroepsregister heeft de beroepsvereniging nodig om het register in te kunnen richten en de voorwaarden vast te kunnen stellen. Ze kunnen eigenlijk niet zonder elkaar.”

Op welke successen kijk je terug?
De oprichting van het register in 1990 beschouw ik als het grootste succes. Na een lange voorbereidingsperiode kwam er toch een gezond kind ter wereld. Het is mooi om te zien dat werkgevers tegenwoordig in hun vacatures vragen om een registratie. Dat is een groot verschil met de beginperiode.”

Hoe zie je de toekomst voor Registerplein?
“Ik ben heel optimistisch. Een beroepsregister is noodzakelijk om de kwaliteit van het vak te borgen. Registerplein is de volwassen versie van het kind dat ik geboren heb zien worden. Het liefst zie ik als volgende stap dat registratie verplicht gaat worden. Dan hebben we pas echt de strijd om erkenning van de beroepen in het sociaal domein gewonnen.”

Interview: Irma Woud. Dit interview stond eerder op de website van het Registerplein.